Ga naar de homepage
 
 
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in MaputoEnglish
 
 
 
 
 
 
Voorwaarden en regels voor overbrenging

  1. De veroordeelde moet Nederlander zijn of een vreemdeling die in Nederland zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft en over een geldige verblijfstitel beschikt.
  2. De veroordeling tot een vrijheidsstraf is onherroepelijk. Met andere woorden: er is geen beroep meer mogelijk tegen het vonnis. 
  3. Het gedeelte van de straf dat nog moet worden uitgezeten, moet minstens zes maanden zijn op het moment dat het verzoek bij het ministerie van Justitie in Nederland binnenkomt. 
  4. Het feit waarvoor men veroordeeld is, is ook in Nederland strafbaar. 
  5. De veroordeelde moet zelf de straf (verder) in Nederland willen ondergaan en bereid zijn dat schriftelijk te verklaren. 
  6. Zowel het land waarin de veroordeelde verblijft als Nederland moet instemmen met de overbrenging naar Nederland.

Aan het verdrag zijn verder geen verplichtingen verbonden. Een land kan een verzoek om overbrenging dus ook weigeren, zonder daarvoor een reden op te geven.
Het verdrag geldt alleen voor vrijheidsstraffen (gevangenisstraffen) en niet voor boetes of de doodstraf.
Er mag worden verwacht dat de aanvraag serieus in behandeling wordt genomen, als de gedetineerde aan de eerste vijf voorwaarden voldoet.
In de praktijk gaan landen vaak niet akkoord met overbrenging van Nederlanders die verband houden met drugssmokkel. Dit komt doordat de straffen in het buitenland vaak veel hoger liggen dan in Nederland. De autoriteiten van dat land zijn het er dan vaak niet mee eens dat Nederlanders na overbrenging meteen worden vrij gelaten.

Het verdrag inzake overbrenging gevonniste personen kent twee vormen:

  1. De straf wordt precies zo ten uitvoer gelegd als in het andere land is uitgesproken, waarbij als voorwaarde geldt dat de straf niet hoger wordt in Nederland dan dat in het buitenland is opgelegd. Is dit wel het geval, dan moet de straf alsnog worden teruggebracht tot dat (Nederlandse) maximum. 
  2. De Nederlandse rechter stelt de strafmaat vast, rekening houdend met de straf die normaal in Nederland wordt opgelegd. De omgezette straf mag echter niet langer zijn dan de in het buitenland opgelegde straf. De tijd die de veroordeelde daar al heeft vastgezeten wordt uiteraard van de omgezette straf in mindering gebracht.

Voorbeeld:

  1. Een Nederlander is in het buitenland veroordeeld voor drugssmokkel tot twintig jaar vrijheidsstraf. Hij verzoekt om zijn straf in Nederland uit te zitten. In Nederland zou hij vier jaar vrijheidsstraf hebben gekregen voor het gepleegde delict. De Nederlandse rechter neemt de in het buitenland opgelegde straf over, maar omdat deze straf hoger is dan de straf die hij in Nederland zou hebben gekregen, wordt de straf bijgesteld. De straf die in het buitenland is opgelegd, wordt dus overgenomen, in Nederland wordt er niet opnieuw recht gesproken. 
  2. Een Nederlander is in het buitenland veroordeeld voor drugssmokkel tot twintig jaar vrijheidsstraf. Hij verzoekt om zijn straf in Nederland uit te zitten. In Nederland zou hij vier jaar hebben gekregen voor het gepleegde delict. De Nederlandse rechter stelt vast dat hij in Nederland vier jaar zou hebben gekregen en zet de in het buitenland opgelegde straf van twintig jaar om in vier jaar. De straf die in het buitenland is opgelegd, komt dus te vervallen, in Nederland wordt opnieuw recht gesproken.

Sommige landen willen alleen maar instemmen met een verzoek als de eerste mogelijkheid wordt toegepast.

Voor meer informatie over de regelgeving rond de WOTS kan je de speciale WOTS-lijn van het ministerie van Justitie bellen, 070-370 75 55 (bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 uur en 12.00 uur).

banner wijsopreis.nl (GIF, 2 Kb)
Link: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Banner Samen Werken aan Nederland
Link: Europa hoort bij Nederland