GeschiedenisRond het jaar 500 trokken bantoestammen het huidige Mozambikaanse grondgebied binnen. Aan het begin van het tweede millennium vestigden Arabisch en Swahili sprekende handelaren zich op diverse plaatsen langs de kust. In 1498 ontdekte Vasco da Gama de zeeverbinding tussen de Atlantische en de Indische Oceaan, door het ronden van de Kaap de Goede Hoop. Dit vormde het begin van ontdekkingsreizen van de Portugezen naar India en het Verre Oosten, later gevolgd door Nederlanders en Engelsen. Als steunpunt bouwden de Portugezen forten bij Sofala (nabij het huidige Beira) en op Ilha de Moçambique. Het in het binnenland gelegen koninkrijk Mwanamutapa kon pas in de 17e eeuw onderworpen worden.
De periode tussen de 16e en 19e eeuw wordt gekenmerkt door goudkoorts, slavernij (zowel op plantages als handel) en schermutselingen met Nederlandse en Engelse kapers op de kust. Tot het eind van de 18e eeuw maakte het gebied deel uit van het Portugese 'Estado da India', waarvan Goa aan de westkust van India de hoofdstad was. Nadien werd het een zelfstandige bestuurlijke eenheid onder een Gouverneur Generaal. Vanwege de strategische ligging op de route naar het Verre Oosten hebben Nederlandse vloten begin 17e eeuw tot drie maal toe tevergeefs geprobeerd het Portugese fort op Ilha de Moçambique te veroveren. In 1721 werd een Nederlands fort, Lagoa, gebouwd aan de baai bij het huidige Maputo. Nadat de bezetting ervan gedecimeerd was door tropische ziektes moest, na tien moeilijke jaren dit fort, toen ook wel genaamd fort 'Lijdzaamheid', worden opgegeven.
Mozambique werd, na de "anjerrevolutie" in Portugal in 1975 tamelijk abrupt onafhankelijk en wordt sindsdien geregeerd door de tot politieke partij omgevormde bevrijdingsbeweging Frente de Libertação de Moçambique (Frelimo). Frelimo opteerde vanaf de onafhankelijkheid voor een marxistisch-leninistisch beleid. Deze keuze alsmede de steun die Mozambique gaf aan het verzet tegen de blanke minderheidsregeringen in Rhodesië en Zuid-Afrika, leidde eind jaren zeventig tot een confrontatie met beiden landen. Met steun van deze twee landen werd de verzetsbeweging Resistência Nacional de Moçambique (Renamo) opgezet. De gewapende strijd met Renamo heeft de ontwikkelingen in het land lange tijd beheerst. Renamo kenmerkte zich door een wreed optreden tegen de burgerbevolking en het vernietigen van infrastructuur. Ruim 1,5 miljoen mensen kwamen bij de burgeroorlog om het leven en ongeveer 5 miljoen vluchtelingen bevonden zich binnen en buiten de grenzen van Mozambique. Pas in 1992 kon in Rome een vredesakkoord worden getekend. Een VN-vredesmacht, genaamd UNOMOZ, werd belast met het toezicht op de uitvoering van het akkoord en had onder meer een belangrijke taak in de demobilisatie, mijnopruiming en voorbereiding van de verkiezingen. Deze vredesoperatie, aanvankelijk voorzien voor de duur van een jaar, werd uiteindelijk pas in oktober 1994 afgerond met de eerste parlementaire en presidentiële verkiezingen.
De in 1986 (na het dodelijke ongeval van Samora Machel) benoemde President Chissano deed afstand van het marxisme-leninisme en sloeg een nieuwe politieke en economische koers in. Eind 2004 werd bij de derde democratische verkiezingen van Mozambique, Armando Guebuza gekozen als opvolger van President Chissano.